Kort antwoord: een kostprijs is directe kosten plus een toegerekend deel van de indirecte kosten. De directe kosten (materiaal, directe uren) zijn het makkelijke deel: die wijs je rechtstreeks toe. De kunst zit in de indirecte kosten, de overhead die bij het hele bedrijf hoort en niet bij een specifiek product: die moet je spreiden via een verdeelsleutel. Hoe je dat doet, bepaalt of je kostprijs klopt. Hieronder de drie methodes om te spreiden, het verschil tussen integrale en variabele kostprijs, een rekentool die je kostprijs per stuk opbouwt, en hoe je het vastlegt in Odoo.
Directe en indirecte kosten
Alles begint met dit onderscheid.
- Directe kosten zijn rechtstreeks aan een product of order toe te wijzen. Het staal in een frame, de uren van de monteur aan een klus, de machine-uren aan een productieserie. Je kunt met een streepje aanwijzen: die kost hoort bij dit product.
- Indirecte kosten (overhead) horen bij het bedrijf als geheel: de huur van de hal, de boekhouder, de bedrijfsleider, de software. Ze zijn nodig om te kunnen produceren, maar je kunt ze niet met een streepje aan één product hangen.
De directe kosten zijn dus geen probleem. De hele theorie van de kostprijsberekening gaat over die tweede categorie: hoe reken je een eerlijk deel van de indirecte kosten toe aan elk product?
Indirecte kosten spreiden: drie methodes
Er zijn drie klassieke manieren om overhead te spreiden, van grof naar fijn.
1. De opslagmethode
Je slaat een opslagpercentage op een basis. Bijvoorbeeld: alle indirecte kosten samen zijn 60% van de directe kosten, dus je telt 60% opslag bij elk product. De basis kan de totale directe kosten zijn, alleen de directe arbeid, of een bedrag per direct uur.
- Voordeel: simpel, snel, prima voor een bedrijf met één type werk.
- Nadeel: grof. Een product dat veel materiaal maar weinig overhead-veroorzakende handelingen kent, krijgt te veel toegerekend (de “primitieve opslagmethode”). De verfijnde opslagmethode gebruikt daarom meerdere opslagen op verschillende bases.
2. De kostenplaatsenmethode
Je verdeelt de overhead eerst over kostenplaatsen (afdelingen, machines) via een verdeelsleutel, en berekent per kostenplaats een tarief (bijvoorbeeld een machine-uurtarief). Een product neemt vervolgens overhead op naar de kostenplaatsen die het werkelijk gebruikt.
- Voordeel: veel eerlijker. Een product dat lang op een dure machine staat, draagt ook meer van die machine.
- Nadeel: bewerkelijker; je moet de kostenplaatsen en verdeelsleutels onderhouden. Dit is de methode die je terugziet in een echte fabricageboekhouding, met dekkingsrekeningen per kostenplaats.
3. Activity Based Costing (ABC)
Je rekent overhead toe per activiteit (een inkooporder verwerken, een omstelling, een keuring), elk met een eigen kostenveroorzaker (cost driver). Het scherpst, maar ook het zwaarst om bij te houden. Zinvol als je overhead groot en ongelijk verdeeld is.
De rode draad: hoe fijner je spreidt, hoe nauwkeuriger de kostprijs, maar hoe meer administratie het kost. De juiste methode is de grofste die nog een eerlijk beeld geeft voor jouw mix. Voor de meeste mkb-productie is een goede kostenplaatsenmethode de zoete plek.
Reken je kostprijs op
Kies je verdeelsleutel en zie hoe de indirecte kosten per stuk landen, hoe de integrale kostprijs opbouwt en welke verkoopprijs daar met je marge bij hoort.
Directe kosten
Direct toe te wijzen aan het product.
Indirecte kosten spreiden
Overhead toerekenen via een verdeelsleutel.
- Materiaal € 0
- Directe arbeid € 0
- Indirect € 0
- Winst € 0
Rekenmodel ter illustratie (opslagmethode). De kostenplaatsenmethode en ABC spreiden dezelfde overhead via een fijnere sleutel; het principe - directe kosten plus een toegerekend deel van de indirecte kosten - blijft gelijk.
De gestapelde balk maakt meteen zichtbaar wat veel bedrijven verrast: bij dienst- en maakwerk is de indirecte hap vaak groter dan gedacht. Wie zijn overhead te laag inschat, calculeert structureel te scherp en ontdekt het pas bij de nacalculatie.
Integrale versus variabele kostprijs
Nog een keuze die je moet maken: reken je alle kosten toe, of alleen de variabele?
- Integrale kostprijs (absorption costing): alle kosten, inclusief de vaste indirecte kosten, worden toegerekend. Dit is de gebruikelijke basis voor je voorraadwaardering en je verkoopprijs, en wat de rekentool hierboven laat zien.
- Variabele kostprijs (direct costing): alleen de variabele kosten worden toegerekend; de vaste kosten neem je apart als periodekosten. Sterk voor korte-termijnbeslissingen: bij een extra order die je vaste kosten toch al gedekt zijn, telt alleen of de opbrengst boven de variabele kosten uitkomt (de dekkingsbijdrage).
Beide zijn juist, voor verschillende vragen. Voor “wat mag dit product structureel kosten” gebruik je integraal; voor “neem ik deze extra klus aan tegen een lagere prijs” kijk je naar de dekkingsbijdrage.
Van kostprijs naar verkoopprijs
De kostprijs is je bodem, niet je prijs. Daarboven komt je winstopslag. Let op het verschil tussen een opslag op de kostprijs (marge als percentage van de kostprijs) en een marge in de verkoopprijs (percentage van de verkoopprijs): 25% opslag op een kostprijs van 100 geeft 125, maar dat is een marge van 20% van de verkoopprijs. De rekentool gebruikt de opslag op de kostprijs.
Kostprijs berekenen in Odoo
Een kostprijs die in een spreadsheet leeft, is een maand later achterhaald. In Odoo leeft de kostprijs in je systeem:
- Kostprijs per product, als standaardprijs, FIFO of voortschrijdend gemiddelde.
- Kostprijs uit de stuklijst: voor een maakproduct berekent Odoo de kostprijs uit de componenten en de bewerkingen (met werkplektarieven voor je machine-uren, de kostenplaatsengedachte).
- Landed costs: vracht, invoerrechten en verzekering reken je toe aan de voorraadwaarde, zodat je kostprijs de werkelijke inkoopketen weerspiegelt.
- Overhead reken je toe via werkplektarieven of een opslag, precies zoals in de tool.
Het mooie: die berekende kostprijs is meteen je voorcalculatie. Registreer je daarna de werkelijke uren en het materiaal op de order, dan rolt de nacalculatie er vanzelf uit, en zie je of je opslagen klopten. Zo sluit de cirkel: kostprijs berekenen, ermee offreren, en achteraf toetsen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de kostprijs van een product? Directe kosten (materiaal + directe uren) plus een toegerekend deel van de indirecte kosten (overhead) = de integrale kostprijs per stuk. Daarboven komt je winstmarge.
Wat is het verschil tussen directe en indirecte kosten? Directe kosten wijs je rechtstreeks aan een product toe (materiaal, uren); indirecte kosten (huisvesting, leiding, systemen) horen bij het hele bedrijf en spreid je via een verdeelsleutel.
Hoe reken je indirecte kosten toe aan een product? Via de opslagmethode (percentage op een basis), de kostenplaatsenmethode (tarief per afdeling of machine) of ABC (per activiteit). Fijner spreiden geeft een nauwkeuriger maar bewerkelijker kostprijs.
Wat is het verschil tussen integrale en variabele kostprijs? Integraal rekent alle kosten toe (basis voor voorraad en verkoopprijs); variabel rekent alleen variabele kosten toe (sterk voor korte-termijnbeslissingen via de dekkingsbijdrage).
Kun je de kostprijs berekenen in Odoo? Ja, via kostprijs per product, kostprijs uit de stuklijst, landed costs en overhead via werkplektarieven. De berekende kostprijs is meteen je voorcalculatie.
Wil je een kostprijs die klopt en die zichzelf bijhoudt? Plan een gratis Odoo-scan - dan lopen we je kostenstructuur, verdeelsleutels en calculatie door en laten we zien hoe kostprijs, offerte en nacalculatie in één systeem samenkomen.
Meer lezen: Nacalculatie: van voorcalculatie naar werkelijke kostprijs · Fabricageboekhouding in Odoo · Odoo voor productiebedrijven · Software voor bouwbedrijven · Wat kost een Odoo-implementatie? · De TARGET-methode